Oorspronkelijk is Tai Chi Chuan een zelfverdedigingssport (krijgskunst). Dit is terug te vinden in de houdingen van de "vorm". De benamingen als punch, push, weer af en kick, spreken voor zichzelf. Het krijgskundig aspect wordt geoefend in het duwen met handen (push hands). Het is een dynamische interactie met je "tegenspeler".
De kunst van het duwen met handen is de ander uit balans te brengen zonder zelf je evenwicht te verliezen. Spierkracht is vaak de oorzaak van het opbouwen van spanning in het lichaam die de balans nadelig beïnvloedt. Een goede Tai Chi speler kan deze spanning/onbalans (bij de ander) voelen en in zijn voordeel gebruiken
Zwaardlessen kunnen apart gevolgd worden door mensen die al ervaring hebben met een handvorm van Tai Chi Chuan.
Het aanleren van een wapenvorm kan het bewustzijn van Tai Chi Chuan vergroten en voegt nieuwe mogelijkheden en uitdagingen toe.
Het wapen als verlengstuk van het lichaam geeft veel informatie over hoe bewust de principes beleeft worden.
De zwaardvorm die we leren is van Cheng Man Ch'ing (Yang stijl) doorgegeven door W.C.C Chen.
Het lied van het duwen met de handen.
Wees nauwgezet bij afweer (pang), terugdraaien (lu), drukken (ji) en duwen
(an).
Laat boven en beneden coördineren, dan vinden anderen het moeilijk om
je verdediging te doorbreken.
Laat anderen met grote kracht aanvallen; Gebruik vier ons om duizend pond
te doen wijken.
Trek aan tot leegte en ontlaad; Blijf kleven (Cai, Lié, Zhou, Kao)
zonder het contact te verliezen.